Na een sportvoormiddag met de kleutertjes had ik een namiddag waarbij ik mij voelde zoals het weer was. Met de nadruk op de regenbuien.
Turks brood moest ik hebben, morgen is het Paasfeest op school zie je... Na een lekker douchke genomen te hebben omdat ik bezweet was van de sportvoormiddag, sprong ik met mijn verse-kleren-uit-de-kast op mijn fiets en fietste ik naar de andere kant van Turnhout, voor een Turks brood. Na enkele keren bijna van mijn fiets geblazen te worden, zeiknat te worden door de regen die net op dat moment zonodig uit de lucht moest vallen en hagel die mijn huid irriteerde in mijn gezicht te krijgen, kwam ik aan op de wijkschool waar ik het brood al klaar ging leggen. Samen met de zon.

Doorweekt en af en toe "Wat een weer he!" te horen van lotgenoten, kwam ik thuis aan. Het weer was op mijn humeur overgeslagen. Kleren drogen, haren drogen en een telefoontje van mijn teergeliefde vriendje om te vragen of er niks was omdat ik nog niet bij hem was.
Terug droog geraakt vertrok ik samen met mijn autootje en het zonnetje naar mijn vriend. Halverwege liet de zon ons weer in de steek en kwam de hevige regen het mij en mijn autootje weer moeilijk maken. Maar ik kwam toch aan bij mijn vriend.
Mijn vriend... Die ik nu tot dinsdagochtend moet missen. Met drie overvolle bussen tieners vertrok hij naar Barcelona. Hij was nog niet weg en ik voelde al een gemis diep in mij.
Hopelijk overleef ik deze dagen zonder hem. Het moet wel, of hij moet dinsdag met de lijnbus terug naar huis.
En dat wil ik hem niet aandoen.
En dat wil ik hem niet aandoen.





