In het vijfde leerjaar moesten we deze versie van Roodkapje naspelen in groep. Ik ken de tekst nog steeds bijna helemaal van buiten. Het is de moeite om hem nog eens te posten, vind ik.
Het kleine meisje kwam al gauw
Op één der eerste lentedagen
voelde Wolf de honger knagen,
dus klopte hij bij grootmoe aan.
voelde Wolf de honger knagen,
dus klopte hij bij grootmoe aan.
Zij deed open zag hem staan
met scherpe tanden, valse lach.
Hij gromde grijnzend: "Goedendag"
De arme grootmoe schrok zich naar:
"Straks eet hij me op met huid en haar!"
met scherpe tanden, valse lach.
Hij gromde grijnzend: "Goedendag"
De arme grootmoe schrok zich naar:
"Straks eet hij me op met huid en haar!"
Ze sloeg de spijker op de kop,
want hij vrat haar in één hap op.
Maar grootmoeder was taai en schriel,
hetgeen de wolf maar slecht beviel.
"Ze is te weinig," klaagde hij,
"Dat is toch geen heel maal voor mij!
Na zo'n schriel scharminkel moet je
als wolf minstens nog een toetje."
Terwijl hij heel boosaardig lachte,
zei hij: "Ik denk dat ik zal wachten
tot Roodkapje, 't mals jong ding,
terugkomt van haar wandeling."
Grootmoes kleren moet je weten,
die hij natuurlijk niet had opgegeten,
heeft hij opgeraapt en aangetrokken:
haar jas, haar muts en ook haar sokken.
Hij kamde en krulde zelfs zijn haar.
In grootmoes stoel zat Wolf toen klaar.
Het kleine meisje kwam al gauw
en vroeg aan Wolf traditiegetrouw:
"O grootmoe, wat heb je'n grote oren."
"Dan kan ik je beter horen."
"Wat een grote oren," zei ze zoet.
"Dan kan ik beter zien wat je doet."
zei Wolf, tewijl hij naar haar staarde,
en watertandde en likkebaardde.
Na dat karkas vol bot en haar,
dacht hij, smaakt zij als kaviaar.
Maar Roodkapje knipoogde en zei:
"O, wat een mooie bontjas heb jij!"
"Fout!" riep Wolf haar nijdig toe.
"Wat heb je een grote tanden, grootmoe!"
"Dát moet je zeggen, ezelskop!
Nou ja dan eet ik je zo maar op."
't Kind lachte en trok in een wipje
een revolver uit haar slipje.
Ze richtte hem op het grote beest
en beng, beng... die is er geweest!
Een week of wat later,
Een week of wat later,
ik weet het nog goed,
heb ik in het bos Roodkapje ontmoet.
Ik herkende haar bijna niet, dat snap je,
zo zonder cape en zonder rood kapje.
"Hallo!" riep ze vrolijk, "zie je wel:
mijn prachtige bontjas van WOLVENVEL!"
mijn prachtige bontjas van WOLVENVEL!"

3 opmerkingen:
Die is wel super :-)
Maar toch ook niet helemaal waar. Eigenlijk is de wolf het slachtoffer... Arm beestje... Ik kan het bewijs zelfs niet eens meer vinden...
Hoodwinked!
mooi verhaal!
Een reactie posten